ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3796
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluiting horeca-inrichting wegens cocaïnegebruik en verkoop
Verzoekster exploiteert een horecabedrijf waar politieonderzoeken cocaïnegebruik en -verkoop hebben vastgesteld. Verweerder legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een sluiting van twaalf maanden op vanwege de aanwezigheid van harddrugs en de veronderstelde impact op de openbare orde.
Verzoekster betwistte de feiten en stelde dat zij geen drugs verkocht of aanwezig had en dat het besluit disproportioneel was. De voorzieningenrechter oordeelde dat het beleid van verweerder niet kennelijk onredelijk was en dat de bevoegdheid tot bestuursdwang terecht werd ingezet.
Echter was onvoldoende aangetoond dat er sprake was van grootschalig gebruik van harddrugs dat de openbare orde, veiligheid of gezondheid ernstig in gevaar bracht. Het causale verband tussen drugsgebruik en ordeverstoring was niet overtuigend bewezen.
De voorzieningenrechter besloot daarom het bestreden besluit te schorsen tot twee weken na de beslissing op het bezwaarschrift van verzoekster. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van de horeca-inrichting wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.