ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3808

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
9 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
219551 FA RK 10-2277
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Gimbrère-Straetmans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 677 RvArt. 3:178 BWArt. 1:135 BWArt. 261 RvArt. 69 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen verzoekschriftprocedure mogelijk voor zelfstandig geschil over verdeling gemeenschap van goederen

In deze zaak diende een verzoek tot vaststelling van de verdeling van gemeenschappelijke goederen tussen partijen die gehuwd waren in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidingsbeschikking was reeds ingeschreven op 14 april 2009. De rechtbank beoordeelde of het geschil via een verzoekschriftprocedure kon worden behandeld.

De rechtbank stelde vast dat de wet geen voorziening biedt voor een zelfstandig geschil over de verdeling van de gemeenschap via verzoekschrift. Artikel 677 Rv Pro en de artikelen 3:178 en volgende BW spreken over vorderingen en vonnissen, en maken geen verzoekschriftprocedure mogelijk buiten de echtscheidingsprocedure. De Memorie van Toelichting bij artikel 1:135 BW Pro, die alleen ziet op afwikkeling van huwelijksvoorwaarden, doet hieraan niet af.

De rechtbank verwees het verzoek daarom naar het team handelsrecht van de sector civiel en beval de man om binnen tien dagen een dagvaarding aan de vrouw te betekenen, met oproeping voor een roldatum binnen 14 dagen daarna. Hiermee wordt de juiste procedure gewaarborgd voor de verdeling van de gemeenschap na echtscheiding.

Uitkomst: Verzoek tot vaststelling verdeling gemeenschap van goederen wordt afgewezen en verwezen naar dagvaardingsprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Team familierecht
Enkelvoudige Kamer
Zaaknummer: 219551 FA RK 10-2277
beschikking betreffende vaststelling verdeling,
in de zaak van
(naam),
wonende te (plaatsnaam),
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.A. Remport Urban,
en
(naam),
wonende (straatnaam),
te (plaatsnaam),
hierna te noemen de vrouw.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit het op 21 april 2010 ontvangen verzoekschrift met bijlagen.
2. Het verzoek
Het verzoek strekt tot vaststelling van de verdeling van de gemeenschappelijke goederen.
3. De beoordeling
3.1 Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen. De echtscheidings¬beschikking is op 14 april 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.2 De rechtbank is, anders dan de man, van oordeel dat nu er geen echtscheidingsproce¬dure (meer) aanhangig is de procedure tot vaststelling van de verdeling bij dagvaarding dient te worden ingeleid.
Volgens artikel 261 Rv Pro worden alleen die zaken bij verzoekschrift ingeleid ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit. Zowel artikel 677 Rv Pro als de artikelen 3: 178 en volgende BW spreken over ‘vordering’ en ‘vonnis’ waar het gaat over verdeling van een gemeenschap. Indien verdeling van de gemeenschap als nevenvoorziening bij echtscheiding wordt verzocht, maakt artikel 827 Rv Pro de verzoekschriftprocedure uitdrukkelijk
mogelijk. De wet voorziet thans niet in een mogelijkheid om een zelfstandig geschil inzake de vaststelling van een verdeling via een verzoekschriftprocedure te behandelen. Dat de Memorie van Toelichting bij artikel 1:135 (welke overigens alleen betrekking heeft op procedures inzake de afwikkeling van huwelijksvoorwaarden en niet tevens op procedures inzake verdeling) anders suggereert, doet aan het vorenstaande niet af.
Op grond van artikel 69 lid 2 Rv Pro zal de rechtbank het geschil dan ook verwijzen naar het team handelsrecht, sector civiel, van deze rechtbank met bevel aan de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit en de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen datum (een woensdag).
4. De beslissing
De rechtbank
verwijst het verzoek naar team handelsrecht van de sector civiel van deze rechtbank en beveelt de man om binnen tien dagen na heden volgens de regels van de dagvaardingsprocedure een exploit met als bijlage de onderhavige beschikking aan de vrouw te doen betekenen en haar tevens op te roepen voor een binnen 14 dagen daarna gelegen roldatum (een woensdag).
Deze beschikking is gegeven door mr. Gimbrère-Straetmans, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
in tegenwoordigheid van Van der Veeken, griffier.
verzonden op: