ECLI:NL:RBBRE:2010:BN6014
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tempelaar
- Schoonen
- Bogaert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting na inconsistenties in verklaringen
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op 31 december 2006. Het Openbaar Ministerie baseerde zich op de aangifte en verklaringen van getuigen, terwijl de verdediging stelde dat de aangifte beïnvloed was en de verklaring van het slachtoffer inconsistent was. De rechtbank verwierp het verweer van niet-ontvankelijkheid van het OM wegens overschrijding van de redelijke termijn en het ontbreken van processtukken.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van het slachtoffer en concludeerde dat deze op cruciale punten niet consistent waren, met verschillende beschrijvingen van wat er precies zou zijn gebeurd. Er was sprake van een relatie waarin ook seksuele contacten plaatsvonden, maar de feiten rond het tenlastegelegde waren onduidelijk en mogelijk beïnvloed door tijdsverloop en familie.
Gezien de twijfel over de feiten en het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat de civiele vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting.