ECLI:NL:RBBRE:2010:BN7771
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Warnaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens onjuiste toepasselijkheid woning
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het huisverbod dat hem door de burgemeester van een gemeente is opgelegd met betrekking tot een woning die niet zijn hoofdverblijf is. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de woning in kwestie de woning van de schoonouders van verzoeker betreft, waar verzoeker niet woont en slechts incidenteel verblijft.
De Wet tijdelijk huisverbod stelt dat een huisverbod alleen kan worden opgelegd in een woning waar de betrokkene met anderen woont of anders dan incidenteel verblijft. Omdat dit niet het geval was, is het huisverbod onrechtmatig opgelegd en lijdt het besluit aan een motiveringsgebrek.
De voorzieningenrechter verklaart het beroep gegrond, vernietigt het huisverbod en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker. Partijen is meegedeeld dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd omdat de woning niet voldoet aan de wettelijke criteria; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.