ECLI:NL:RBBRE:2010:BN8653
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bijtelling privégebruik auto dga ondanks huurovereenkomsten met holding
Een directeur-grootaandeelhouder (dga) houdt via een holding alle aandelen in een werkmaatschappij (belanghebbende). Belanghebbende stelt een auto ter beschikking aan de dga, waarbij huurovereenkomsten zijn gesloten tussen belanghebbende, de holding en de dga. De rechtbank beoordeelt dat gelet op de bijzondere positie van de dga, de vormgeving van de huurovereenkomsten en het feitelijke gebruik van de auto, de auto ook voor privédoeleinden ter beschikking is gesteld.
Belanghebbende voerde aan dat op werkdagen geen privégebruik plaatsvond en in het weekend de auto niet door de werkgever aan de werknemer ter beschikking werd gesteld. De inspecteur stelde dat artikel 13bis Wet LB van toepassing is en dat er meer dan 500 kilometer privégebruik op jaarbasis was. De rechtbank volgt de inspecteur en oordeelt dat de bijtelling terecht is.
De rechtbank wijst het subsidiaire verweer af dat de dga de mogelijkheid zou moeten krijgen om aan te tonen dat het voordeel minder is dan 25% van de cataloguswaarde. De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot teruggaaf van een bedrag van €104,72 en in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de auto aan de dga ter beschikking is gesteld inclusief privégebruik, waardoor loonheffing over privégebruik moet plaatsvinden.