ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9420
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.E.M. Verjans
- M.H. Blom-Dorst
- D. Vogelaar
- Rechtspraak.nl
Beëindiging pachtovereenkomst wegens gebrekkige bedrijfsvoering en onderhoud gepachte
De zaak betreft een beëindigingsvordering van een pachtovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] over een perceel landbouwgrond. [Eiser] verwijt [gedaagde] een gebrekkige bedrijfsvoering, vooral door nalatigheid in onkruidbestrijding, wijzigingen zonder toestemming, niet volledig gebruik van het gepachte en niet tijdig betalen van de pachtsom. Tevens is sprake van het niet nakomen van een eerdere rechterlijke ontruimingsuitspraak.
De pachtovereenkomst was een tijdelijke teeltovereenkomst die uiteindelijk werd goedgekeurd als regulier pachtcontract met een wettelijke duur van zes jaar. [Eiser] zegde de overeenkomst op wegens tekortkomingen van [gedaagde] en dringend eigen gebruik. [Gedaagde] verzette zich tegen de opzegging en voerde aan dat het onkruidbeheer adequaat was en dat hij ruimte had voor eigen beoordeling van de bedrijfsvoering.
De rechtbank stelt vast dat de onderhoudsverplichting van de pachter ook onkruidbestrijding omvat, maar dat het gepachte niet volledig onkruidvrij hoeft te zijn. Eerdere vonnissen en rapporten worden betrokken bij de beoordeling. De rechtbank acht het noodzakelijk om een comparitie te houden om de standpunten nader te verhelderen en de onderhoudstoestand, bedrijfsvoering en financiële situatie te beoordelen.
De rechtbank wijst erop dat partijen schriftelijke stukken tijdig moeten overleggen en dat de oproep tot verschijnen niet vrijblijvend is. De beslissing wordt aangehouden in afwachting van de comparitie, waarbij ook een minnelijke regeling wordt nagestreefd.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en bepaalt een comparitie voor nadere beoordeling van de onderhoudstoestand en bedrijfsvoering.