ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9436

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
17 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
620102 ov 10-4044
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.J. Minnaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:199 BWArt. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing vereffening nalatenschap wegens geringe baten en afzien van publicatieplicht

Op 3 september 2010 dienden drie vereffenaars een verzoek in bij de rechtbank Breda tot opheffing van de vereffening van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van Maria Laurina Smits, overleden op 1 februari 2010. De nalatenschap vertoonde een negatief saldo en de baten waren zo gering dat voortzetting van de vereffening niet zinvol was.

De verzoekers stelden dat de wettelijke publicatieplicht van de opheffing van de vereffening, die normaal via publicatie in de Staatscourant en twee nieuwsbladen plaatsvindt, niet noodzakelijk was. Zij bepleitten dat bekendmaking via internet een even goede of betere mogelijkheid biedt om belanghebbenden te informeren, zonder extra kosten.

De kantonrechter stelde vast dat de verzoekers aan hun verplichtingen voldeden en dat de geringe waarde van de baten aanleiding gaf om de vereffening op te heffen. De wettelijke publicatieplicht werd niet voorgeschreven, omdat internetpublicatie op rechtspraak.nl een adequaat alternatief is en kostenbesparend werkt. De vereffeningskosten werden vastgesteld op € 2.085,67 inclusief btw en ten laste van de boedel gebracht. De griffierechten werden ten laste van de staat gebracht. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt opheffing van de vereffening van de nalatenschap en ontheft van de wettelijke publicatieplicht, met vaststelling van de vereffeningskosten.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
team kanton Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 620102 OV VERZ 10-4044
beschikking d.d. 17 september 2010
Op 3 september 2010 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ontvangen van:
1. Gerardus Cornelis Johannes de Rooij, wonende te (2717 DA) Zoetermeer,
aan het adres Madernarode 44,
2. Cornelis Marinus de Rooij, wonende te (4872 RL) Etten-Leur aan het adres Wintertaling 69 en
3. Johannes de Rooij, wonende te (2990) Wuustwezel (België), aan het adres Dorpsstraat 28;
erfgenamen in de nalatenschap van:
Maria Laurina Smits, geboren te Dordrecht op 31 maart 1942, laatstelijk gewoond hebbende te (4714 AP) Sprundel, aan het adres Graaf Ansfriedstraat 34,
overleden te Roosendaal op 1 februari 2010,
nader te noemen “erflaatster”.
Het verzoekschrift is ingediend door tussenkomst van mw. C.A. Kraus en
mw. mr. H.E.M. de Bie-van Seters, beiden werkzaam bij E&L Notarissen te Etten-Leur.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 3 september 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
b. het faxbericht van mw. mr. H.E.M. de Bie-van Seters d.d. 6 september 2010.
2. Het verzoek
2.1 Verzoekers zijn vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflaatster, en zij doen in het verzoekschrift melding van het negatieve saldo van de nalatenschap op grond van het bepaalde in artikel 4:199 BW Pro. Voorts verzoeken zij de kantonrechter:
a. op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro de opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap, en daarbij de vereffeningskosten vast te stellen op € 2.085,67 inclusief btw;
b. de aan het verzoek verbonden griffierechten ten laste van de staat te laten komen;
c. vrijstelling van publicatie van de opheffing van de vereffening.
2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd, alsmede het door de notaris opgemaakte kostenoverzicht.
2.3 Verzoekers hebben afgezien van verhoor door de kantonrechter.
3. De beoordeling
3.1 Verzoekers hebben voldaan hun verplichting ex artikel 4:199 BW Pro.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er -gelet op de waarde van de schulden-
aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden, waardoor deze voor rekening van de staat blijven.
3.4 De kantonrechter zal de vereffeningskosten, conform de opgave van verzoeker, vaststellen op € 2.085,67 incl. btw.
3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflaatster;
- stelt de reeds gemaakte vereffeningskosten vast op € 2.085,67 incl. btw en brengt deze kosten ten laste van de boedel;
- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Minnaar, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.