ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9798
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingplichtige betaalt onverschuldigde BPM na onjuiste waardebepaling auto
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Fiat 500 met een oorspronkelijk opgegeven bedrag van € 37. Later werd met pen een bedrag van € 1.436 toegevoegd, maar belanghebbende gaf aan het hiermee oneens te zijn. Een taxatierapport ondersteunde een waarde van € 250, wat een BPM van € 38 rechtvaardigt.
De inspecteur stelde een hogere waarde van € 5.000 vast, leidend tot een BPM van € 760, en betwistte het door belanghebbende betaalde bedrag. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende slechts gehouden was tot het oorspronkelijk aangegeven bedrag van € 37, omdat een wijziging van de aangifte zonder vrijwillig karakter is en de inspecteur geen naheffingsaanslag heeft opgelegd.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het verschuldigde BPM-bedrag vast op € 37 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van € 1.670 en het griffierecht van € 150. De waarde van de auto bleef buiten beschouwing, aangezien dit niet relevant was voor de formele vraag over de betaling en aangifte.
Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat belanghebbende slechts € 37 BPM verschuldigd was en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.