ECLI:NL:RBBRE:2010:BO0021

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
6 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
623410 ov 10-4362
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:199 BWArt. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van de vereffening van een nalatenschap wegens geringe baten

Op 22 september 2010 ontving de rechtbank Breda een verzoekschrift van Melanie Keller, vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van Mattheus Cornelis Keller, die op 17 augustus 2010 overleed. In het verzoek werd op grond van artikel 4:209 BW Pro de opheffing van de vereffening verzocht vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. Tevens werd toestemming gevraagd voor verkoop van de boedel en opheffing van een bankrekening om de kosten van afwikkeling te betalen.

De kantonrechter stelde vast dat de waarde van de baten zodanig gering was dat opheffing van de vereffening gerechtvaardigd was. Hoewel de wet voorschrijft dat de opheffing moet worden gepubliceerd, werd geoordeeld dat publicatie in de Staatscourant en twee nieuwsbladen vanwege de hoge kosten niet noodzakelijk was. Bekendmaking via internet biedt een even goede, zo niet betere, mogelijkheid om belanghebbenden te informeren zonder extra kosten.

De kantonrechter besloot daarom de opheffing van de vereffening te bevelen, de verkoop van de boedel toe te staan en de bankrekening op te heffen. Tevens werd bepaald dat geen griffierechten worden geheven en dat de beschikking bekend wordt gemaakt via rechtspraak.nl. De griffier draagt zorg voor inschrijving in het boedelregister.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap en machtigt verkoop van de boedel en opheffing van de bankrekening.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
team kanton Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 623410 OV VERZ 10-4362
beschikking d.d. 6 oktober 2010
Op 22 september 2010 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift ontvangen van:
Melanie Keller, wonende te (4621 JA) Bergen op Zoom, aan het adres Wouwsestraatweg 26,
erfgename in de nalatenschap van:
Mattheus Cornelis Keller, geboren te Culemborg op 9 april 1945, laatstelijk gewoond hebbende te (4621 DA) Bergen op Zoom, aan het adres Jasmijnstraat 11,
overleden te Bergen op Zoom op 17 augustus 2010,
nader te noemen “erflater”.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het op 22 september 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlage.
2. Het verzoek
2.1 Verzoekster is vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater, en zij doet in het verzoekschrift melding van het negatieve saldo van de nalatenschap op grond van het bepaalde in artikel 4:199 BW Pro. Voorts verzoekt zij de kantonrechter:
a. op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro de opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap;
b. de boedel van erflater te mogen verkopen en de opbrengst daarvan te besteden aan de betaling van enkele schulden van de nalatenschap en
c. de rekening 52.53.75.783 bij de ABN AMRO BANK N.V. op te heffen en het saldo aan te wenden om de kosten voor afwikkeling van de nalatenschap van erflater te betalen.
2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een boedelbeschrijving overgelegd.
2.3 Verzoekster heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.
3. De beoordeling
3.1 Verzoekster heeft voldaan aan haar verplichting ex artikel 4:199 BW Pro.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er -gelet op de waarde van de schulden-
aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden, waardoor deze voor rekening van de staat blijven.
3.4 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;
- machtigt verzoekster tot verkoop van de boedel van erflater en de opbrengst daarvan te besteden aan de betaling van enkele schulden van de nalatenschap;
- machtigt verzoekster de rekening 52.53.75.783 bij de ABN AMRO BANK N.V. op te heffen en het saldo aan te wenden om de kosten voor afwikkeling van de nalatenschap van erflater te betalen;
- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.J.G.M. Ides Peeters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.