ECLI:NL:RBBRE:2010:BO0142
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde bedrijfspand met huurwaardekapitalisatiemethode en beoordeling huurprijsobjectiviteit
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn bedrijfspand, die door verweerder was vastgesteld op €9.606.000 en na bezwaar op €9.542.000 was verminderd. De rechtbank oordeelde dat de door verweerder toegepaste huurwaardekapitalisatiemethode een bruikbare waarderingsmethode is voor niet-woningen zoals het onderhavige pand.
De overeengekomen huurprijs kon echter niet als objectief uitgangspunt worden genomen omdat de huurovereenkomst al voor oplevering van het pand was gesloten en de huurprijs was gebaseerd op grondpositie en bouwkosten, niet op marktconforme huur. Verweerder stelde dat na oplevering een hogere huur mogelijk was, hetgeen de rechtbank aannemelijk achtte op basis van vergelijkbare referentieobjecten.
De rechtbank verwierp zowel de waarde van verweerder als die van belanghebbende, die was gebaseerd op grond- en bouwkosten, en stelde de WOZ-waarde in goede justitie vast op €8.000.000. Tevens werden de aanslagen onroerende-zaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het bedrijfspand wordt vastgesteld op €8.000.000 en de aanslagen onroerende-zaakbelasting worden dienovereenkomstig verminderd.