ECLI:NL:RBBRE:2010:BO0953
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mr. Warnaar
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenwoning en beëindiging onderhoudsverplichting op grond van artikel 1:160 BW
De man verzoekt de rechtbank te bepalen dat zijn onderhoudsverplichting aan de vrouw is geëindigd per 1 december 2008, omdat zij samenwoont met een ander als waren zij gehuwd, op grond van artikel 1:160 BW Pro. Subsidiair verzoekt hij een lagere alimentatiebijdrage vast te stellen. De vrouw betwist de samenwoning en stelt dat zij geen affectieve relatie onderhoudt met de heer.
De rechtbank onderzoekt of aan de cumulatieve vereisten van artikel 1:160 BW Pro is voldaan: een duurzame affectieve relatie, wederzijdse verzorging, samenwoning en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. De man baseert zijn stellingen op observaties van detectivebureaus en andere feiten, terwijl de vrouw deze rapporten betwist en stelt dat de woningen zelfstandige appartementen zijn met een zakelijke huurrelatie.
De rechtbank overweegt dat de rapporten ondanks privacy-inbreuk niet onrechtmatig verkregen bewijs zijn en betrekt deze bij haar oordeel. Gezien de feiten en omstandigheden acht de rechtbank bewezen dat de vrouw en de heer een duurzame affectieve relatie hebben, samenwonen en elkaar wederzijds verzorgen, wat leidt tot het vermoeden van een gemeenschappelijke huishouding.
De rechtbank laat de man toe bewijs te leveren van samenwoning als waren zij gehuwd en bepaalt een getuigenverhoor. De onderhoudsverplichting wordt geacht te zijn beëindigd per 1 december 2008, ongeacht dat de samenleving inmiddels is verbroken. Verdere beslissingen worden aangehouden in afwachting van bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank acht bewezen dat de vrouw en de heer duurzaam samenwonen als waren zij gehuwd, waardoor de onderhoudsverplichting van de man eindigt per 1 december 2008, en staat bewijslevering toe.