ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2764
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Vonnis inzake geschil aanbesteding regiotaxivervoer en geldigheid referentie-eisen
De zaak betreft een geschil over de aanbesteding van regiotaxivervoer door meerdere gemeenten en de provincie Noord-Brabant. Taxicentrale Midden-Brabant (TCMB) stelt dat de inschrijving van De Vier Gewesten BV (DVG) ongeldig is vanwege het niet voldoen aan referentie-eisen, waaronder een minimale duur van drie jaar en omzetvereisten.
DVG voert aan dat zij de referentieopdracht 'Regiotaxi Utrecht' sinds 14 augustus 2007 uitvoert, en dat de referentieperiode mag worden gerekend tot de inschrijvingsdatum in september 2010. De gemeenten bevestigen dat DVG als hoofdaannemer verantwoordelijk is en dat onderaannemers worden ingezet, wat volgens het bestek is toegestaan. De tevredenheidverklaring van de opdrachtgever BRU, hoewel gedateerd mei 2010, bevestigt de goede uitvoering.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de referentieperiode mag worden uitgebreid tot de uiterste inschrijvingsdatum en dat DVG zich terecht beroept op de ervaring van de voormalige rechtspersoon na splitsing. Er is geen onregelmatigheid in de gunningfase vastgesteld. De vorderingen van TCMB worden afgewezen en de opdracht wordt definitief gegund aan DVG. TCMB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van TCMB af en beveelt definitieve gunning aan DVG.