ECLI:NL:RBBRE:2010:BO3029
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerende-zaakbelastingen 2009
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres te een woonplaats, voor het belastingjaar 2009. De waarde was vastgesteld op €218.000 per 1 januari 2008 als waardepeildatum. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was en pleitte voor een waarde van €198.000.
Verweerder heeft een taxatierapport overgelegd waarin de woning werd gewaardeerd op €213.000. Dit rapport bevatte gegevens van vergelijkbare woningen die kort voor of na de waardepeildatum waren verkocht, met een goede vergelijking qua type, bouwjaar, ligging en onderhoudstoestand. De rechtbank achtte het rapport betrouwbaar en vond dat de gehanteerde waarderingsmethodiek, met een prijs per m³ voor de woning en een vaste prijs per m² voor de grond, passend was.
De rechtbank oordeelde dat de vastgestelde waarde van €218.000 niet in een onjuiste verhouding stond tot de marktwaarden van vergelijkingsobjecten en dat de afwijking van €5.000 ten opzichte van het rapport van €213.000 binnen de marges van artikel 26a Wet WOZ valt. Het beroep van belanghebbende faalde ook omdat de waarde voor elk tijdvak opnieuw wordt bepaald en niet kan worden getoetst aan de waarde van voorgaande jaren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de WOZ-waarde van €218.000 juist is vastgesteld.