ECLI:NL:RBBRE:2010:BO3170

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
27 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4908
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 229 GemeentewetArt. 2 lid 1 Verordening rioolrechtArt. 5 Verordening rioolrechtArt. 27d Algemene wet inzake rijksbelastingenAfdeling 8.2.6 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtmatigheid en hoogte van rioolheffing door gemeente

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag rioolheffing 2009 van €298,32 opgelegd door de gemeente [X]. Hij voerde aan dat het bedrag te hoog was vanwege zijn alleenstaande status, onredelijke tariefstijgingen en het slechte functioneren van het riool in zijn woonplaats.

De rechtbank oordeelde dat de vaststelling van het tarief een bevoegdheid is van de gemeenteraad en dat ingrijpen door de rechter alleen mogelijk is bij willekeur of onredelijkheid. De tariefstijging was ingegeven door de vernieuwing van het riool in de gehele gemeente, ook al was die in de woonplaats van belanghebbende nog niet voltooid, hetgeen geen reden was voor vermindering.

Verder stelde de rechtbank dat het belastbare feit de aansluiting op het riool betreft en dat het slechte functioneren van het riool geen rechtvaardiging biedt voor vermindering van de aanslag. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolheffing 2009 wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/4908
Uitspraakdatum: 27 oktober 2010
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [X],
verweerder.
Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 6 oktober 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende voor het jaar 2009 opgelegde aanslag Rioolheffing.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 oktober 2010 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, alsmede namens verweerder, [gemachtigde]. De zaken met procedurenummers 09/4906, 09/4907 en 09/4908 zijn gezamenlijk behandeld.
1.Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
2.Gronden
2.1.Verweerder heeft met dagtekening 28 februari 2009 aan belanghebbende voor het jaar 2009 een aanslag Rioolheffing opgelegd van € 298,32.
2.2.In geschil is het antwoord op de vraag of de aanslag tot het juiste bedrag is vastgesteld. Belanghebbende voert aan dat het bedrag te hoog is gezien de omstandigheid dat hij alleenstaande is, dat de tariefstijging sinds [woonplaats] bij [X] hoort onredelijk is en dat het riool slecht functioneert en stelselmatig voor overlast zorgt.
2.3.Op grond van artikel 229 van Pro de Gemeentewet juncto artikel 2, lid 1 van de Verordening op de heffing en invordering van rioolrecht (verder: de Verordening rioolrecht) wordt in de gemeente [X] onder de naam ‘rioolrecht’ een recht geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Artikel 5 van Pro de Verordening rioolrecht, gewijzigd in de Verordening tot 4e wijziging van de Verordening rioolrecht 2005, bepaalt dat het recht € 298,32 per jaar bedraagt voor de eerste 1.000 m³ afgevoerd water in 2009.
2.4.Ten aanzien van het tarief oordeelt de rechtbank als volgt. De vaststelling van het tarief van de onderhavige heffing is voorbehouden aan de gemeenteraad. Voor ingrijpen van de rechter in de tariefstelling is slechts plaats indien deze leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing, waarop de wetgever met het toekennen van de heffingsbevoegdheid aan de gemeentelijke wetgever niet het oog kan hebben gehad. Van dit laatste is bij de onderhavige (gedifferentieerde) tariefstelling naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Ten aanzien van de tariefstijgingen heeft verweerder gesteld dat de gemeente [X] bezig is alle riolen in de gemeente te vervangen en dat dit tot uitdrukking komt in de rioolheffing. Belanghebbendes stelling dat dit in [woonplaats] nog niet is gebeurd doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af. Immers, gesteld noch gebleken is dat de vervanging van het riool in [woonplaats] niet plaats zal vinden. Belanghebbendes stellingen ten aanzien van het tarief kunnen mitsdien niet slagen.
2.5.Belanghebbendes stelling dat het slecht functioneren van het riool de aan hem opgelegde aanslag Rioolheffing niet rechtvaardigt wordt door de rechtbank ook verworpen. De rechtbank overweegt daartoe dat het belastbare feit de aansluiting op het riool is en dit is niet in geschil. Het slechte functioneren van het riool doet hier niet aan af. (vergelijk Hoge Raad 27 februari 2009, nr 43.095, gepubliceerd in VN 2009/16.22).
2.6.Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
2.7.De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Aldus gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, en door deze en mr. M.J.M. Mies, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2010.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 8 november 2010
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.