ECLI:NL:RBBRE:2010:BO4398
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag door onvoldoende stelplicht
Eiser, werkzaam sinds 1991 bij de rechtsvoorganger van gedaagde en later bij gedaagde zelf, werd op 1 juli 2009 ontslagen wegens bedrijfseconomische omstandigheden. Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege zijn leeftijd, slechte positie op de arbeidsmarkt en het ontbreken van een passende voorziening. Hij vorderde een verklaring voor recht en een schadevergoeding van €113.350.
Gedaagde voerde verweer en stelde dat eiser niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens onvoldoende stelling van feiten. De kantonrechter oordeelde dat eiser bij dagvaarding onvoldoende feiten en omstandigheden had gesteld die de kennelijk onredelijkheid van het ontslag onderbouwden. Nieuwe feiten die eiser pas in de repliek aanvoerde, konden niet in aanmerking worden genomen.
De kantonrechter overwoog dat het beëindigen van het dienstverband op grond van bedrijfseconomische redenen en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de eigenaar niet zonder meer kennelijk onredelijk is. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen wegens onvoldoende stelling van feiten.