ECLI:NL:RBBRE:2010:BO7418
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen sanctie voor parkeren op voor openbaar verkeer openstaande weg
Betrokkene stelde dat zij haar voertuig op eigen terrein had geparkeerd, waar de gemeente tijdelijk gele trottoirtegels had gelegd vanwege wegopbreking. De kantonrechter onderzocht of het terrein als een voor openbaar verkeer openstaande weg kon worden aangemerkt. Hierbij werd verwezen naar de jurisprudentie van de Hoge Raad van 8 april 1997.
De kantonrechter oordeelde dat het terrein feitelijk openstond voor het openbaar verkeer, aangezien het niet was afgesloten met hekken of slagbomen en er geen bebording stond die het als privé-terrein aanwees. Hierdoor was het terrein toegankelijk voor iedereen en kwalificeerde het als een voor openbaar verkeer openstaande weg in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.
Door het voertuig op deze weg te parkeren, nam betrokkene het risico op een sanctie, welke terecht werd opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De beslissing werd genomen tijdens een openbare terechtzitting, waarbij betrokkene niet aanwezig was. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld onder bepaalde voorwaarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de sanctie voor parkeren op een voor openbaar verkeer openstaande weg wordt ongegrond verklaard.