ECLI:NL:RBBRE:2010:BO7706
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Nakoming echtscheidingsconvenant en afwijzing beroep op overmacht, dwaling en onvoorziene omstandigheden
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben bij echtscheidingsconvenant afspraken gemaakt over de verdeling van hun vermogen, waaronder een overbedelingsvordering van de vrouw aan de man. De vrouw was niet in staat de schuld binnen zes jaar te voldoen, waarna de man betaling vorderde. De vrouw stelde zich op het standpunt dat zij niet hoefde te betalen vanwege overmacht, dwaling, onvoorziene omstandigheden en de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelde dat financieel onvermogen niet als overmacht geldt en dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van dwaling. Ook de kredietcrisis kwalificeerde niet als onvoorziene omstandigheid die tot wijziging van het convenant leidt. De redelijkheid en billijkheid rechtvaardigen geen aanpassing van de afspraken.
De rechtbank veroordeelde de vrouw tot betaling van EUR 97.013,= vermeerderd met contractuele rente vanaf 1 juli 2008, en tot vergoeding van beslagkosten. De proceskosten werden gecompenseerd tussen partijen. De vorderingen van de vrouw tot vernietiging of wijziging van het convenant werden afgewezen.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van EUR 97.013,= plus rente en beslagkosten; haar vorderingen tot wijziging van het convenant worden afgewezen.