ECLI:NL:RBBRE:2010:BO8907
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen BPM-heffing voor tijdelijk verhuurde buitenlandse auto's zonder tijdsevenredige betaling
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert VAV Autovermietung GmbH teruggaaf van BPM die zij heeft betaald over auto's die tijdelijk in Nederland zijn verhuurd. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) heeft geoordeeld dat de Nederlandse wetgeving die geen tijdsevenredige BPM-betaling toestaat in strijd is met het Europese recht.
De rechtbank bevestigt dat de Nederlandse wet geen mogelijkheid biedt om BPM naar rato van gebruik te betalen bij tijdelijke verhuur vanuit een andere lidstaat. Daarom dient het volledige bedrag dat op aangifte is voldaan te worden teruggegeven, ongeacht dat een deel van de BPM al eerder is teruggegeven wegens beëindiging van het gebruik op het Nederlandse wegennet.
De rechtbank wijst erop dat de teruggaaf van het volledige bedrag ook van belang is voor de vergoeding van heffingsrente, die alleen over het teruggegeven bedrag wordt berekend. De inspecteur wordt veroordeeld tot terugbetaling van het volledige BPM-bedrag van € 20.277, proceskosten en griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank gelast volledige teruggaaf van het betaalde BPM-bedrag van € 20.277 wegens strijd met EU-recht.