ECLI:NL:RBBRE:2010:BO9086
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd wegens ontbreken administratie
Belanghebbende, een voormalig ondernemer in sanitair en centrale verwarming, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over het jaar 2002. De inspecteur stelde deze naheffingsaanslag vast na een boekenonderzoek waarin bleek dat belanghebbende aanzienlijke bedragen aan omzet had gefactureerd aan een hotel, maar de verschuldigde omzetbelasting niet had voldaan.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan zijn administratieplicht zoals voorgeschreven in de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en de Wet op de omzetbelasting 1968. Door het ontbreken van relevante stukken en aantekeningen werd de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de naheffingsaanslag onjuist was.
Verder werd vastgesteld dat de inspecteur de naheffingsaanslag op redelijke wijze had berekend, waarbij 20% van de netto-omzet als grondslag werd genomen. Ook de heffingsrente was volgens de wettelijke bepalingen terecht opgelegd. De rechtbank verwierp het beroep en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting over 2002 wordt ongegrond verklaard en de aanslag inclusief heffingsrente gehandhaafd.