ECLI:NL:RBBRE:2010:BP0234
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot beëindiging huurovereenkomst en ontruiming woning wegens afstand woonrecht
Eiseres vorderde bij de rechtbank Breda voorlopige voorzieningen om te bepalen dat gedaagde de huurovereenkomst van een woning niet langer voortzet en om gedaagde te veroordelen de woning te verlaten. Eiseres stelde dat samenwonen onmogelijk was geworden door agressief en intimiderend gedrag van gedaagde, die ook drugsgebruik en -aanbod aan haar zonen zou hebben gepleegd. Tevens zou gedaagde de huur niet betalen, waardoor zij door de verhuurder waren gedagvaard.
Gedaagde betwistte deze beschuldigingen en stelde dat eiseres geen spoedeisend belang had omdat zij en haar kinderen elders onderdak hadden. Tevens voerde hij aan dat eiseres afstand had gedaan van haar woonrecht door een verklaring te ondertekenen waarin werd vastgelegd dat gedaagde de woning en kosten op zich nam.
De rechtbank oordeelde dat de ondertekende verklaring voldoende aannemelijk maakte dat eiseres afstand had gedaan van haar huurrecht. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat gedaagde de huurovereenkomst moest beëindigen of de woning moest verlaten. De vordering werd daarom afgewezen. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter W.E.M. Verjans op 8 december 2010.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt afgewezen omdat eiseres afstand heeft gedaan van haar woonrecht.