ECLI:NL:RBBRE:2010:BQ6674
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Warnaar
- Rechtspraak.nl
Erkenning buitenlandse echtscheidingsbeschikking ondanks geschil over rechtsmacht en behoorlijke rechtspleging
Partijen, gehuwd in 2001 en met een minderjarig kind, zijn in een echtscheidingsprocedure verwikkeld waarbij zowel in Nederland als in Turkije procedures zijn gestart. De vrouw startte de Nederlandse procedure, terwijl de man stelt dat de Turkse rechter de echtscheiding heeft uitgesproken zonder behoorlijke rechtspleging, omdat hij niet was opgeroepen en geen advocaatcontact had.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft omdat partijen in Nederland verbleven bij indiening. De erkenning van de Turkse beschikking wordt getoetst aan het Luxemburgs Verdrag en de Wet Conflictenrecht Echtscheidingen, waarbij behoorlijke rechtspleging en rechtsmacht vereisten zijn. De rechtbank vraagt nadere informatie over de Turkse procedure om de stelling van onbehoorlijke rechtspleging te beoordelen.
De procedure wordt aangehouden tot partijen nadere stukken en reacties hebben ingediend. De rechtbank verwijst de zaak naar de schriftelijke rol van 28 september 2010 en houdt verdere beslissing aan. Partijen kunnen tegen deze beschikking binnen drie maanden hoger beroep instellen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar de schriftelijke rol in afwachting van nadere stukken over de Turkse procedure.