ECLI:NL:RBBRE:2010:BR3944
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hooff
- Rouwen
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht inzake betrokkenheid bij overlijden slachtoffer
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of gedaagde de hand heeft gehad in het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank overweegt dat de uitspraak van het Hof van Assisen niet voldoet aan de eisen van artikel 161 Rv Pro en geen dwingende bewijskracht heeft. Ook het vonnis van de strafrechtbank Breda voldoet niet aan deze vereisten, omdat daarin niet bewezen is dat gedaagde een feit heeft begaan.
Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro draagt eiseres de bewijslast van haar stelling dat gedaagde betrokken is bij het overlijden. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken en draagt eiseres op het bewijs te leveren. De raadsman van eiseres verklaart bereid te zijn bewijs te leveren via reeds gedeponeerde en nog te deponeren stukken, aangevuld met een toelichting.
De rechtbank bepaalt dat eiseres voor 9 juni 2010 alle bewijsstukken zal deponeren en dat de zaak dan weer op de rol komt voor een conclusie na tussenvonnis. Verdere beslissingen worden aangehouden. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2010.
Uitkomst: Eiseres wordt opgedragen bewijs te leveren van betrokkenheid gedaagde bij overlijden, zaak aangehouden tot bewijslevering.