ECLI:NL:RBBRE:2010:BV3631

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
26 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/1178
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72 Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigenArt. 27h AWRArt. 28 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wegens onterechte winstcorrectie

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2001, waarbij de inspecteur een winstcorrectie had toegepast. De inspecteur wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda.

Tijdens de procedure werd het geschil samen met veertien andere samenhangende zaken behandeld. De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag onterecht was vastgesteld vanwege een onterechte winstcorrectie. Hierdoor werd het beroep gegrond verklaard en de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente vernietigd.

De rechtbank veroordeelde tevens de inspecteur tot betaling van proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak werd gedaan op 26 februari 2010 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag en heffingsrente worden vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 08/1178
Uitspraakdatum: 26 februari 2010
Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende], wonende te [woonplaats],
eiser,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Roermond,
verweerder.
Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.
1. Ontstaan en loop van het geding
1.1. De inspecteur heeft aan belanghebbende over het jaar 2001 een navorderingsaanslag, aanslagnummer [nummer].W.17, premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen ten bedrage van € 519. Bij die aanslag is € 79 aan heffingsrente in rekening gebracht.
1.2. De inspecteur heeft belanghebbendes bezwaar bij de uitspraak op bezwaar van 22 januari 2008, naar de rechtbank begrijpt, afgewezen.
1.3. Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 29 februari 2008, ontvangen bij de rechtbank op 3 maart 2008, beroep ingesteld.
1.4. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.
1.5. Belanghebbende heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna de inspecteur schriftelijk heeft gedupliceerd.
1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 december 2009 te Roermond. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende en zijn echtgenote, de gemachtigde mr. [gemachtigde], advocaat te Roermond, bijgestaan door [adviseur H] en [adviseur K] beiden verbonden aan Flynth Adviseurs en Accountants, alsmede namens de inspecteur [gemachtigde], [gemachtigde W] en [gemachtigde B]. Ter zitting zijn de vijftien zaken met procedurenummers 08/1174 tot en met 08/1188 tegelijk behandeld. Van het ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift tegelijk met de uitspraak aan partijen is verzonden.
2. Gronden van de beslissing
Op grond van het bepaalde in artikel 72, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheids-verzekering zelfstandigen (tekst 2001) bedraagt het premie-inkomen voor het onderhavige jaar het gezamenlijke bedrag van de in het kalenderjaar genoten winst uit onderneming, winst uit Nederlandse onderneming en zuivere inkomsten uit buiten dienstbetrekking verrichte tegenwoordige arbeid.
Heden heeft de rechtbank in de zaak, betreffende de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, aanslagnummer [nummer].H.17, met procedurenummer 08/1174 uitspraak gedaan. Van deze uitspraak is een afschrift aan deze uitspraak is gehecht. In deze zaak is het beroep gegrond verklaard en is de navorderingsaanslag vernietigd wegens een onterechte winstcorrectie. Nu overigens gesteld noch geleken is dat de onderhavige navorderingsaanslag terecht is vastgesteld, is het bezwaar ten onrechte afgewezen. Alsdan is het beroep gegrond.
3. Proceskosten
De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.449 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punten voor het indienen van een conclusie van repliek, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1 en factor 1,5 voor meer dan 4 samenhangende zaken). De rechtbank spreekt daarom in elk van de veertien samenhangende zaken, welke gegrond zijn verklaard (met uitzondering van de zaak 08/1185) een proceskostenveroordeling uit van € 103,50.
4. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar alsmede de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 103,50.
Aldus gedaan door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en door deze en mr. M.H. van Heel, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2010.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 10 maart 2010
Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als die onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als binnen zes weken na verzending van de uitspraak geen rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid, AWR).
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.