ECLI:NL:RBBRE:2010:BY8859
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over zwijggeld en verduisterde gelden als resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende was in 2006 werkzaam als accountant bij een bedrijf waar hij ontdekte dat een collega bedragen verduisterde. Deze collega betaalde hem vervolgens zwijggeld om de verduistering niet te melden. Daarnaast verduisterde belanghebbende zelf ook bedragen van het bedrijf.
De inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast op €178.298, inclusief €157.000 aan zwijggeld en €4.408 aan verduisterde gelden, en verhoogde daarmee de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Belanghebbende betwistte de belastbaarheid van deze bedragen, stellende dat deze niet binnen het economische verkeer zouden vallen en daarom niet belastbaar zijn.
De rechtbank oordeelde dat het zwijggeld is verkregen in het economische verkeer als tegenprestatie voor het niet melden van verduistering, en dat het illegale karakter van de transactie niet aan de belastbaarheid afdoet. Tevens werd verwezen naar een arrest van de Hoge Raad waarin verduistering door een werknemer werd aangemerkt als een in het economische verkeer verrichte werkzaamheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag zoals vastgesteld door de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen wordt bevestigd.