ECLI:NL:RBBRE:2011:BO9631
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Louwerse
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid ziekenhuis voor bekkenbreuk door gebrekkige fixatiehulpmiddelen
Verzoeker werd opgenomen in het ziekenhuis vanwege neurologische klachten en werd gefixeerd met een zogenaamde Brefixband om onrust en epileptische aanvallen te beheersen. Tijdens de opname viel verzoeker uit bed en liep daarbij een bekkenbreuk op. De val werd veroorzaakt doordat het slotje van de fixatieband defect bleek te zijn.
Verzoeker stelde het ziekenhuis aansprakelijk wegens onzorgvuldig handelen of het gebruik van een gebrekkig hulpmiddel. Het ziekenhuis en haar verzekeraar MediRisk betwistten de aansprakelijkheid en stelden dat het slotje geschikt was en dat het ziekenhuis niet aansprakelijk kon worden gehouden voor gebrekkige medische hulpmiddelen.
De rechtbank oordeelde dat het gebruikte slotje ongeschikt was omdat het open kon gaan door eraan te trekken, wat niet acceptabel is bij fixatie van een patiënt. De aansprakelijkheid van het ziekenhuis volgt uit artikel 6:77 BW Pro, waarbij het ziekenhuis het risico draagt voor het gebruik van ongeschikte zaken bij de uitvoering van de behandelingsovereenkomst.
De rechtbank verwierp het verweer dat aansprakelijkheid onredelijk zou zijn, mede gelet op maatschappelijke opvattingen en het feit dat het ziekenhuis het hulpmiddel heeft ingekocht en gebruikt. Het causale verband tussen het defecte slotje en de bekkenbreuk werd vastgesteld. De rechtbank veroordeelde het ziekenhuis tot betaling van de proceskosten, waarbij zij het gevorderde bedrag matigde tot een redelijk niveau.
De overige vorderingen werden afgewezen en het verzoek tot aansprakelijkheid jegens MediRisk werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek zich niet tegen MediRisk richtte.
Uitkomst: Het ziekenhuis is aansprakelijk voor de bekkenbreuk door het defecte fixatieslotje en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van EUR 5.834,28.