ECLI:NL:RBBRE:2011:BP2956
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek dubbele belasting voor binnenschipper met Duitse inschrijving en Nederlandse thuishaven
Belanghebbende, een Nederlandse binnenschipper met een eenmanszaak, had zijn onderneming deels in Duitsland gevestigd en verzocht om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting over buitenlandse winst. Hij had zijn schip onder Duitse vlag gebracht en een appartement in Duitsland gehuurd, maar voer voornamelijk binnen Nederland.
De inspecteur van de Belastingdienst weigerde de aftrek toe te kennen, stellende dat de leiding van de onderneming in Nederland was. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de leiding van zijn onderneming in Duitsland was. De feitelijke thuishaven van het schip was Nederland, waar ook het merendeel van de vrachten werd geladen en gelost.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op €117.400 zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.
De uitspraak benadrukt dat de feitelijke omstandigheden, zoals verblijf van de ondernemer, laad- en losplaatsen en verblijf van het schip, bepalend zijn voor de heffingsbevoegdheid en niet louter formele inschrijvingen of financieringslocaties. De keuzeherziening van de toerekening van inkomsten aan de partner werd afgewezen wegens onherroepelijkheid van de aanslag van de partner.
Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van €117.400 zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.