ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5129
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Meyboom
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke afwikkeling van ontbonden huwelijk op basis van convenant en redelijkheid
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met uitsluiting van gemeenschap van goederen, zijn gescheiden en hebben een convenant opgesteld voor de afwikkeling van hun huwelijk. De vrouw vordert dat de afwikkeling plaatsvindt alsof er een gemeenschap van goederen was, met verdeling van overwaarde van onroerende goederen en verrekening van diverse kosten. De man vordert betaling van bedragen en inzage in een internetspaarrekening.
De rechtbank oordeelt dat het convenant leemten bevat, met name over de financiële verplichtingen van de onderneming van de vrouw, en dat deze leemten moeten worden ingevuld op grond van artikel 6:248 lid 1 BW Pro, de eisen van redelijkheid en billijkheid. De overwaarde van de woning en schuur wordt tussen partijen gelijk verdeeld, waarbij rekening wordt gehouden met de aflossing van hypothecaire geldleningen en de kredietfaciliteit van de onderneming.
Verder wordt bepaald dat de man gehouden is bij te dragen in eigenaars- en gebruikerslasten, studiekosten van de kinderen (exclusief paardensportkosten), en kosten van stro, hooi en medische behandeling van dieren voor paarden die bij het uiteengaan aanwezig waren. De vrouw moet een bedrag van €22.669,26 aan de man betalen, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot betaling van €22.669,26 aan de man, vermeerderd met wettelijke rente, en partijen delen het saldo van de internetspaarrekening bij helfte.