ECLI:NL:RBBRE:2011:BP5934
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Van Gessel
- Ebben
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
De rechtbank Breda behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van ontuchtige handelingen met een minderjarige. De officier van justitie baseerde zich op de verklaring van het slachtoffer en aanvullende getuigenverklaringen. De verdediging betwistte de bewijsvoering en stelde dat er onvoldoende steunbewijs was.
De rechtbank onderzocht de verklaringen van twee getuigen, maar concludeerde dat deze op essentiële punten niet overeenkwamen met de aangifte van het slachtoffer, waardoor er twijfel bleef bestaan. De verklaring van de eerste getuige conflicteerde met de chronologie van het bezoek aan de GGZ, en de tweede getuige wijzigde haar verklaring over de bron van haar informatie.
Gezien het ontbreken van ander overtuigend bewijs naast de aangifte van het slachtoffer, en het wettelijk verbod om uitsluitend op één getuigenverklaring een bewezenverklaring te baseren, oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen.