ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6090
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding van minderjarige naar België bij internationale kinderontvoering
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar België, ingediend door de moeder via de Centrale Autoriteit, op grond van het Haagse Verdrag inzake internationale kinderontvoering. De vader hield de minderjarige zonder toestemming van de moeder in Nederland, wat werd aangemerkt als ongeoorloofde vasthouding.
De vader voerde verweer met beroep op weigeringsgronden uit artikel 13 van Pro het Verdrag, waaronder het verzet van de minderjarige en het risico op ondragelijke toestand. De rechtbank oordeelde dat het verzet van de minderjarige onvoldoende aanleiding gaf om de terugkeer te weigeren, omdat het kind niet de vereiste mate van rijpheid had bereikt en mogelijk onder invloed stond van loyaliteit aan de vader. Ook was het risico op ondragelijke toestand niet voldoende onderbouwd.
De rechtbank verwierp het beroep van de vader op artikel 8 EVRM Pro en benadrukte het belang van snelle terugkeer om de situatie voorafgaand aan de ontvoering te herstellen. De terugkeer werd gelast uiterlijk 21 maart 2011, met een bevel tot afgifte van de minderjarige aan de moeder indien de vader niet vrijwillig meewerkt.
Uitkomst: De rechtbank gelast de terugkeer van de minderjarige naar België uiterlijk 21 maart 2011.