ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6627
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Kralingen
- Van Gessel
- Prenger
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging doodslag en zware mishandeling baby wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor poging tot doodslag en zware mishandeling van zijn zoontje, waarbij het kind meerdere blauwe plekken, krassen en fracturen had die medisch waren vastgesteld als door menselijk handelen veroorzaakt. De officier van justitie stelde dat verdachte en de moeder de enige verdachten waren die het letsel konden hebben toegebracht, met name omdat verdachte een kort lontje zou hebben en alternatieve verklaringen gaf voor het letsel.
De verdediging voerde aan dat meerdere personen regelmatig bij het kind waren, dat er geen sluitend bewijs was dat verdachte het letsel had veroorzaakt en dat er medische oorzaken niet volledig konden worden uitgesloten. De rechtbank oordeelde dat het letsel inderdaad door menselijk handelen was ontstaan, maar dat niet kon worden vastgesteld wie het had toegebracht, mede omdat meerdere personen, waaronder grootouders en de moeder, ook voor het kind zorgden.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te veroordelen. De verklaringen van medisch deskundigen bevestigden dat het letsel niet door een val of ruwe omgang kon zijn ontstaan. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle ten laste gelegde feiten, waaronder poging tot doodslag en zware mishandeling, omdat niet vastgesteld kon worden dat hij het letsel had veroorzaakt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het letsel aan zijn baby heeft toegebracht.