ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7539
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Peters
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord en veroordeling schuldeiser tot instemming met schuldregeling
Verzoeksters hebben vijf concurrente schuldeisers, waaronder FFC, die een vordering van in totaal €279.843,58 hebben. Verzoeksters boden een schuldregeling aan waarbij schuldeisers minimaal 16,5% van hun vordering ontvangen tegen finale kwijting. FFC weigerde hiermee in te stemmen en vroeg het faillissement aan.
De rechtbank oordeelt dat FFC in redelijkheid niet tot weigering heeft kunnen komen, omdat de schuldregeling goed onderbouwd is en het uiterste is wat verzoeksters financieel kunnen bieden. Het alternatief, zoals faillissement of schuldsaneringsregeling, biedt FFC geen beter vooruitzicht. Het motief van FFC om de huurovereenkomst te beëindigen en een nieuwe franchisenemer te plaatsen, wordt als oneigenlijk buiten beschouwing gelaten.
Verder is vastgesteld dat verzoeksters te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan van de schulden en dat de onderneming levensvatbaar is. De schuldregeling biedt betere financiële vooruitzichten dan het wettelijk traject, mede gezien de arbeidsongeschiktheid van een van de verzoeksters en de beperkte kans op werk. Daarom beveelt de rechtbank FFC tot instemming met de schuldregeling en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt FFC tot instemming met de schuldregeling en veroordeelt haar in de proceskosten.