ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7540
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in insolventiezaken
Verzoekster heeft negen concurrente schuldeisers met een totale vordering van €47.607,52, waaronder Holla met €4.584,83. Op circa 30 juli 2010 bood verzoekster een schuldregeling aan waarbij concurrente schuldeisers 2,9% van hun vorderingen zouden ontvangen. Holla weigerde in te stemmen omdat het aanbod te laag zou zijn.
Verzoekster stelde dat zij door haar ex-echtgenoot als katvanger werd gebruikt, waardoor schulden ontstonden, en dat het aangeboden percentage het maximale haalbare is volgens de NVVK-aflostabel. Holla betoogde dat het aanbod onvoldoende onderbouwd was en dat een wettelijke schuldsaneringsregeling een hoger uitkeringspercentage zou opleveren.
De rechtbank overwoog dat een schuldeiser het recht heeft zijn vordering te beschermen, maar ook rekening moet houden met de kosten van een wettelijke regeling die de uitkering aan schuldeisers vermindert. De aangeboden regeling was goed onderbouwd en het uiterste wat verzoekster financieel kon bieden. Holla had geen redelijk belang om de schuldregeling te weigeren, omdat het alternatief geen beter vooruitzicht bood.
De rechtbank beveelt Holla in te stemmen met de schuldregeling en veroordeelt Holla in de proceskosten, die tot op heden nihil zijn. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling behoeft geen bespreking meer.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser Holla wordt veroordeeld tot instemming met de schuldregeling.