ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0074
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende ernstige beperkingen
Eiser heeft op 6 oktober 2009 een aanvraag ingediend voor een gehandicaptenparkeerkaart, welke door verweerder op 3 november 2009 werd afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna een aanvullend medisch advies werd ingewonnen. Verweerder handhaafde het besluit in het bestreden besluit van 8 juni 2010. De rechtbank stelde vast dat eiser niet voldoet aan het criterium van een loopbeperking van meer dan 100 meter, maar dat de vraag was of eiser op grond van de 'hardheidsclausule' (artikel 1 lid 1 onder Pro d van de Regeling) in aanmerking kwam voor een kaart vanwege ernstige beperkingen anders dan loopbeperkingen.
De medisch adviseur concludeerde dat sociale factoren en de wens tot behoud van zelfstandigheid aanwezig zijn, maar dat deze niet voldoende ernstig zijn om een gehandicaptenparkeerkaart toe te kennen. De rechtbank oordeelde dat sociale beperkingen onder de regeling kunnen vallen, maar dat uit de adviezen en stukken niet bleek dat eiser zodanige ernstige beperkingen heeft. Eiser voerde een aandoening polyneuropathie aan, maar dit was niet onderbouwd met medische stukken.
De rechtbank overwoog tevens dat de bezwaarprocedure binnen een redelijke termijn van zeven maanden was afgerond, zodat geen recht op schadevergoeding bestond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.