ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0205
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrek contante waarde alimentatieverplichtingen in box III bij inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft in 2007 alimentatie betaald aan zijn ex-echtgenote en deze betalingen als persoonsgebonden aftrek in mindering gebracht op zijn inkomen uit werk en woning. De inspecteur heeft dit bedrag toegelaten, maar het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen vastgesteld zonder rekening te houden met de contante waarde van de alimentatieverplichting.
Belanghebbende stelde bezwaar in en verzocht om de alimentatieverplichting als schuld in box III in mindering te brengen op de rendementsgrondslag. De inspecteur wees dit bezwaar af, maar gaf tijdens de zitting aan dat hij, naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad, de alimentatieverplichting als schuld erkent en een contante waardeberekening toepast.
De rechtbank oordeelt dat de contante waarde van de alimentatieverplichting in box III in aanmerking moet worden genomen. De inspecteur heeft een juiste berekeningsmethodiek gevolgd, rekening houdend met de leeftijden van partijen en de kans op voortijdig overlijden. De rechtbank vermindert de rendementsgrondslag dienovereenkomstig en verklaart het beroep gegrond. De proceskosten worden aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag door de contante waarde van de alimentatieverplichting in box III in aftrek te brengen.