ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0208
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek onderhoudskosten monumentenwoning voor vruchtgebruikster zonder volledige eigendom
Belanghebbende is juridisch eigenaar en vruchtgebruikster van een monumentenwoning die deel uitmaakt van een landgoed. De economische eigendom berust echter bij haar kinderen. Zij vordert aftrek van onderhoudskosten voor het monumentenpand in haar aangifte inkomstenbelasting 2006.
De inspecteur weigert de aftrek omdat volgens artikel 6.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001 alleen onderhoudskosten aftrekbaar zijn indien sprake is van volledige juridische eigendom van het onroerend goed. De rechtbank bevestigt dit standpunt en verwijst naar de parlementaire geschiedenis waarin het begrip 'zaak' strikt wordt uitgelegd.
De rechtbank oordeelt dat het recht van vruchtgebruik niet gelijkstaat aan volledige eigendom en dat de waardeveranderingen van het pand niet aan belanghebbende toekomen. Het besluit van 11 mei 2006 biedt geen grond voor een ruimere interpretatie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en weigert de aftrek van onderhoudskosten voor de vruchtgebruikster zonder volledige eigendom.