ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ0219
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling en aftrek begrafeniskosten door weduwe na overlijden echtgenoot
De weduwe heeft na het overlijden van haar echtgenoot in 2008 de begrafeniskosten betaald, deels van een gezamenlijke en/of-rekening en deels van een bankrekening op haar naam. De inspecteur corrigeerde de aftrek van de overledene, stellende dat de weduwe geen erfgenaam is en de kosten niet op haar drukken.
De rechtbank stelt vast dat de weduwe en de overledene fiscaal partners waren en dat de weduwe op grond van een dringende morele verplichting de kosten heeft gedragen zonder verhaal op de erfgenamen. Dit wordt onderbouwd door verklaringen van de erfgenamen en de akte van verdeling waarin de weduwe vruchtgebruik heeft.
De rechtbank oordeelt dat de begrafeniskosten deels in aftrek komen bij de weduwe en deels bij de overledene, en dat de inspecteur de aanslag moet verminderen tot een belastbaar inkomen van €18.956. De rechtbank wijst erop dat de aangifte successierecht hier niet over gaat en dat de rechter de wet moet toepassen zonder billijkheidstoets.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt verminderd en de begrafeniskosten worden verdeeld over weduwe en overledene.