ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5212
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking aftrek voorbelasting woonhuis vennoot tot zakelijk gebruik VOF
Belanghebbende, een vennootschap onder firma (VOF), wilde de volledige voorbelasting op de bouw van het woonhuis van een van haar vennoten aftrekken. De vennoot had een deel van het woonhuis aan de VOF ter beschikking gesteld zonder vergoeding. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat de vennoot geen ondernemer voor de omzetbelasting is en de facturen op zijn naam stonden.
De rechtbank stelde vast dat de vennoot en de VOF voor de omzetbelasting zelfstandige entiteiten zijn. De vennoot kan niet worden vereenzelvigd met de VOF, zodat de VOF niet het recht heeft om de volledige voorbelasting op het woonhuis af te trekken. Alleen het zakelijke gebruik van het woonhuis door de VOF geeft recht op aftrek.
De rechtbank baseerde zich op het arrest Heerma van het HvJ en het besluit van de staatssecretaris van 22 januari 2004. De naheffingsaanslag werd verminderd tot het bedrag dat overeenkomt met het zakelijke gebruik. De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot het bedrag dat overeenkomt met het zakelijke gebruik van het woonhuis door de VOF.