ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5587
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling advocatendeclaratie en bevoegdheid beoordeling redelijkheid declaratie
De rechtbank Breda behandelde een geschil tussen de maatschap ATM Advocaten en een gedaagde over de betaling van advocatendeclaraties. ATM had juridische werkzaamheden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht en facturen aan gedaagde gestuurd. Gedaagde betaalde een eerste factuur, maar betwistte latere facturen deels, met name die na zijn verzoek om overdracht van de zaak aan een ander kantoor.
De kantonrechter stelde vast dat de meeste werkzaamheden door ATM in opdracht van gedaagde waren verricht en dat gedaagde in beginsel de facturen dient te voldoen. Echter, de rechtbank verklaarde zich onbevoegd om de redelijkheid van de declaraties te beoordelen, aangezien dit volgens de Wet tarieven in burgerlijke zaken (WTBZ) aan de Raad van Toezicht toekomt.
De rechtbank kende de buitengerechtelijke kosten voorwaardelijk toe, afhankelijk van de redelijkheid van de declaraties zoals beoordeeld door de Raad van Toezicht. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde dient de facturen voor verrichte werkzaamheden te betalen, maar de rechtbank verklaart zich onbevoegd over de redelijkheid van de declaraties.