ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5639
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging dwangmiddel gijzeling wegens niet voldoen subsidiariteitsbeginsel
De officier van justitie verzocht de rechtbank Breda om een machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling op grond van artikel 28 van Pro de Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV). Dit dwangmiddel mag slechts worden toegepast indien het subsidiariteitsbeginsel is nageleefd, wat inhoudt dat eerst minder ingrijpende middelen zijn geprobeerd en niet tot betaling hebben geleid of konden leiden.
De kantonrechter oordeelde dat in het verzoek onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de minder ingrijpende middelen, zoals verhaal op inkomsten of inname van het rijbewijs, zijn uitgeput. De toelichting van de officier van justitie bevatte standaardformuleringen zonder concrete onderbouwing van de individuele situatie van betrokkene. Hierdoor voldeed het verzoek niet aan de motiveringseis.
Verder gaf de kantonrechter aan dat hij dergelijke verzoeken in deze vorm niet langer wenst te honoreren, ook niet als betrokkene niet verschijnt, omdat de procedurele efficiency niet ten koste mag gaan van de rechten van burgers. Uiteindelijk wees de kantonrechter het verzoek af wegens het niet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel en onvoldoende feitelijke onderbouwing.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging dwangmiddel gijzeling is afgewezen wegens niet voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel.