ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6137
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot betaling achterstallige huur bedrijfsruimte ondanks aangebrachte veranderingen
Partijen hadden een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte van 1 mei 2007 tot 30 april 2010. Gedaagde verliet het gehuurde op 1 februari 2010 zonder de laatste drie huurtermijnen te voldoen. Eiser vordert betaling van de achterstallige huur, vermeerderd met rente en kosten.
Gedaagde erkent de huurachterstand maar beroept zich op een vermeende toezegging dat dubbele huur niet betaald hoefde te worden en op verrekening met investeringen in het pand. De rechtbank oordeelt dat gedaagde geen bewijs heeft geleverd voor de toezegging en dat verrekening niet mogelijk is omdat de vordering niet opeisbaar is.
De aangebrachte veranderingen in het gehuurde worden als geoorloofd beschouwd, maar gedaagde heeft geen vergoeding daarvoor gevorderd. De rechtbank wijst de vordering van eiser toe, matigt de buitengerechtelijke kosten conform de staffel en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallige huur, rente en kosten wordt toegewezen.