ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6256
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde na verkrijging volle eigendom en toepassing vergelijkingsmethode
Belanghebbende, die na het overlijden van haar vader samen met haar broer de volle eigendom van een woning heeft verkregen, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van de woning per 1 januari 2009. Verweerder heeft de waarde vastgesteld op €271.000 na bezwaar, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €248.000 vordert.
De rechtbank stelt vast dat de beschikking terecht is afgegeven aan belanghebbende, gezien haar status als bloot eigenaar voor een deel en later volle eigenaar. De waardebepaling is uitgevoerd met de vergelijkingsmethode, waarbij verkoopprijzen van vier vergelijkbare woningen zijn gebruikt. Verweerder heeft deze methode voldoende onderbouwd met een vergelijkingstabel en beeldmateriaal.
Belanghebbende baseert haar betoog op een eigen verkoopprijs van €240.000 in september 2010, maar de rechtbank oordeelt dat deze prijs niet herleidbaar is naar de waardepeildatum zonder nadere onderbouwing. Het overgelegde taxatierapport bevestigt eerder een waarde rond €265.000. Tevens is het betoog over onrechtmatig bewijsgebruik ongegrond, omdat toestemming voor taxatie is gegeven.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de vastgestelde WOZ-waarde. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €271.000 wordt ongegrond verklaard.