ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6675
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- mr. Warnaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek tot echtscheiding wegens erkenning buitenlandse echtscheidingsbeschikking
De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot echtscheiding waarbij partijen reeds een echtscheidingsprocedure in Turkije hadden doorlopen. De vrouw verzocht om echtscheiding met nevenvoorzieningen in Nederland, maar de rechtbank stelde vast dat het huwelijk al ontbonden was in Turkije.
Partijen hadden elk een Turkse advocaat gemachtigd en waren niet persoonlijk aanwezig bij de mondelinge behandeling in Turkije. De man betwistte de inhoud en de zorgvuldigheid van de Turkse procedure, met name de bevoegdheid van de Turkse rechter inzake gezag over het minderjarige kind en de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen. De rechtbank ontving echter geen Turkse processtukken of machtigingen om deze stellingen te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat de Turkse echtscheidingsbeschikking voldoet aan de voorwaarden van behoorlijke rechtspleging en internationale bevoegdheid en daarom in Nederland erkend moet worden. Gezien deze erkenning kon de vrouw niet ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot echtscheiding omdat het huwelijk reeds in Turkije is ontbonden en de Turkse echtscheidingsbeschikking wordt erkend.