ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7523
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over handelsinkoopwaarde en naheffingsaanslag BPM bij invoer gebruikte auto
Belanghebbende deed aangifte van BPM bij invoer van een gebruikte BMW uit Duitsland. De inspecteur verhoogde aanvankelijk de door belanghebbende opgegeven waarde, maar draaide dit later terug en legde een naheffingsaanslag op. In geschil was de juiste handelsinkoopwaarde van de auto, waarbij partijen overeenstemming bereikten over aftrek van reparatie- en schoonmaakkosten vanwege een eerdere schietpartij.
De rechtbank oordeelde dat de waarde gebaseerd moet worden op het XRAY-systeem, dat transacties in Nederland registreert. Belanghebbende stelde een handelsinkoopwaarde van €73.904 vast, wat de rechtbank aannemelijk achtte. De naheffingsaanslag werd dienovereenkomstig verminderd tot €3.943.
Verder werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van heffingsrente over een bedrag van €12.580 en tot vergoeding van proceskosten van €2.254, inclusief griffierecht. De rechtbank vond dat de werkwijze van de inspecteur onrechtmatig was omdat hij eigenhandig de aangifte verhoogde in plaats van een naheffing op te leggen.
De uitspraak werd gedaan door rechter Beukers-van Dooren en griffier Copra-Carolie op 4 april 2011. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag werd verminderd tot €3.943, heffingsrente en proceskosten werden aan belanghebbende toegekend.