ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7551
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Struijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord en schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende instemming en twijfel over financiële situatie
De rechtbank Breda behandelde het verzoek van een schuldenaar tot vaststelling van een dwangakkoord ex artikel 287a Faillissementswet en tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Faillissementswet Pro.
De schuldenaar bood een schuldregeling aan waarbij een deel van de crediteuren instemde, maar een aanzienlijk aantal crediteuren, waaronder belangrijke preferente en concurrente schuldeisers, niet akkoord gingen of niet reageerden. De rechtbank concludeerde dat het niet reageren van crediteuren niet als instemming kon worden beschouwd, mede omdat geen mogelijkheid was geboden om tegen te stemmen bij het ondertekenen van de volmacht.
Daarnaast bleek uit de stukken en verklaringen dat crediteuren zich opgelicht voelden vanwege niet geleverde producten en niet teruggestorte betalingen, terwijl de schuldenaar onjuiste informatie gaf over voorraad en magazijnen. Ook was onduidelijk waaraan de ontvangen gelden waren besteed.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de niet-instemmende crediteuren zwaarder wogen en dat onvoldoende aannemelijk was dat de aangeboden regeling het uiterste was wat de schuldenaar financieel kon bieden. Ook het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling werd afgewezen omdat niet voldaan was aan de vereisten van goede trouw. De verzoeken werden derhalve afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken tot vaststelling dwangakkoord en toelating schuldsaneringsregeling worden afgewezen wegens onvoldoende instemming en twijfel over financiële situatie.