ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ8728
Rechtbank Breda
- Kort geding
- Römers
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag wegens ontbreken eis in hoofdzaak
De rechtbank Breda behandelde een kort geding waarin eisers vorderden het conservatoir derdenbeslag, gelegd door gedaagde op de nalatenschap van wijlen zakenman Biemans, op te heffen. Het beslag was gelegd na verleend verlof, waarbij gedaagde had gesteld dat er al een procedure tegen de erfgenamen liep.
De voorzieningenrechter constateerde dat deze mededeling onjuist was: de procedure was door de rechtsvoorganger van eisers ingesteld tegen gedaagde, zonder dat gedaagde een eis in reconventie had ingesteld. Hierdoor ontbrak het vereiste van een eis in de hoofdzaak zoals bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv Pro.
De rechtbank oordeelde dat het conservatoir beslag daarom niet rechtsgeldig was gelegd en wees de vordering tot opheffing van het beslag toe. Tevens verbood de rechtbank gedaagde om opnieuw conservatoire maatregelen te treffen totdat in de bodemprocedure een uitspraak is gedaan, met een dwangsom van €25.000 per nieuw beslag.
Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten van eisers, begroot op €1.169,81. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Conservatoir derdenbeslag wordt opgeheven wegens ontbreken eis in hoofdzaak, en gedaagde wordt verboden nieuw beslag te leggen tot bodemprocedure is afgerond.