ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9893
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Bevel tot zekerheidstelling proceskosten door buitenlandse eiseres in civiele procedure
In deze civiele procedure vordert Sjiena BV zekerheidstelling van eiseres, een in China woonachtige partij, voor de mogelijke proceskosten die zij in de hoofdzaak zou kunnen worden opgelegd. Sjiena baseert haar vordering op artikel 224 Rv Pro, dat buitenlandse partijen verplicht zekerheid te stellen tenzij een uitzondering van toepassing is.
Eiseres betwist de verplichting tot zekerheidstelling en beroept zich op het Haags Betekeningsverdrag van 1965, stellende dat een Chinese proceskostenveroordeling uitvoerbaar is in Nederland. De rechtbank oordeelt dat dit verdrag niet ziet op executie van buitenlandse vonnissen en dat geen van de uitzonderingen van artikel 224 lid 2 Rv Pro van toepassing is.
De rechtbank stelt de hoogte van de zekerheidstelling vast op €6.915,-, bestaande uit griffierecht, salaris advocaat en nakosten, en wijst de wijze van zekerheidstelling toe als een bankgarantie van een Nederlandse bank conform het model van de Nederlandse Vereniging van Banken. De termijn voor het stellen van zekerheid wordt vastgesteld op veertien dagen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden.
Uitkomst: Eiseres wordt bevolen binnen veertien dagen een bankgarantie te stellen van €6.915,- als zekerheid voor proceskosten.