ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ9899
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Eijssen-Vruwink
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij bindend adviesclausule en conservatoir beslag
In deze civiele procedure vordert Aventi BV betaling van een geldlening van de gedaagde. De gedaagde stelt dat de rechtbank onbevoegd is vanwege een bindend adviesclausule in de overeenkomst van 4 november 2001, die arbitrage voorschrijft bij geschillen.
De rechtbank overweegt dat het begrip 'geschil' ruim moet worden uitgelegd en dat de vordering tot nakoming van de betalingsverplichting wel degelijk onder het bindend adviesbeding valt. Echter, de bindend adviesprocedure is niet voorzien van voldoende waarborgen, zoals een reglement of zekerheid omtrent onpartijdigheid van de bindend adviseur na negen jaar.
Daarnaast is de procedure gestart vanwege een eerder verleend conservatoir beslag, waarbij de wet vereist dat binnen veertien dagen een eis in de hoofdzaak wordt ingesteld. De rechtbank oordeelt dat de bindend adviesprocedure niet als eis in de hoofdzaak kan worden aangemerkt.
Daarom wijst de rechtbank de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af en verklaart zij zich bevoegd kennis te nemen van de hoofdzaak. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring af.