ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0149
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Eijssen-Vruwink
- Meyboom
- De Bruijn
- Rechtspraak.nl
Afleggen rekening en verantwoording en vaststelling legitieme portie nalatenschap
De rechtbank Breda behandelde een geschil over het afleggen van rekening en verantwoording door gedaagde 1 over de gezamenlijke bankrekeningen met de erflaatster en de vaststelling van de legitieme portie van eiseres. Gedaagde 1 had afschriften en nadere inlichtingen verstrekt, waarop gedaagde 2 verweer voerde, maar de rechtbank oordeelde dat rekening en verantwoording voldoende was afgelegd gezien de familiesfeer en omstandigheden.
De rechtbank stelde vast dat de gezamenlijke bankrekening een negatief saldo had en dat gedaagde 1 de schuld daarvan voor haar rekening moest nemen. De gemeenschap die in de nalatenschap viel, was nihil. Vervolgens werd de omvang van de legitimaire massa vastgesteld op €21.478,43, rekening houdend met de waarde van de nalatenschap, giften en schulden.
De rechtbank beoordeelde dat een auto die door gedaagde 1 was aangeschaft deels met middelen van erflaatster was betaald en dat dit bedrag als gift moest worden meegeteld. Betalingen vanuit de gezamenlijke rekening voor advocaatkosten en telefoonkosten werden als uitgaven uit de gemeenschap gezien en niet als giften. De stelling dat een storting van €20.000 door gedaagde 1 een schuld van erflaatster was, werd verworpen wegens onvoldoende bewijs.
De legitieme portie van eiseres werd berekend op €3.579,74, waarvan €2.684,81 door gedaagde 1 en €894,94 hoofdelijk door gedaagde 2, 3 en 4 moest worden betaald, met wettelijke rente vanaf 10 augustus 2007. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde 1 wordt veroordeeld tot betaling van €2.684,81 en overige gedaagden hoofdelijk tot €894,94 aan eiseres, met wettelijke rente vanaf 10 augustus 2007.