parketnummer 665762-11
Verdachte heeft tegenover de politie verklaard dat hij via het chatten een meisje uit Rijen heeft leren kennen. Hij heeft in de zomervakantie in 2006 met haar afgesproken bij haar in de straat en hij is toen met de auto met haar naar het bos bij Breda gereden. Hij heeft haar toen gevingerd. Rond de herfstvakantie heeft hij weer met haar afgesproken. Ze zijn toen weer naar dezelfde plek gereden. Zij wilde toen seksuele gemeenschap met hem. Hij heeft toen een condoom omgedaan. Voorts heeft verdachte verklaard dat zij lag en dat hij toen boven haar is gaan hangen. Het meisje was ongeveer 13 jaar. Dat had ze tegen hem verteld . In een latere verklaring heeft verdachte over deze tweede ontmoeting gezegd dat hij misschien wel met zijn vinger en misschien een klein stukje, een centimeter, met zijn penis in haar vagina is geweest.
Verbalisanten zijn met verdachte gaan zoeken naar de woning van het meisje waar hij in zijn verklaring over sprak. Verdachte heeft toen een huis aangewezen aan de [adres], waar zij volgens hem zou wonen.
Uit gegevens van de gemeentelijke basisadministratie bleek op dat adres [slachtoffer 1], geboren op 11 maart 1992, ingeschreven te staan.
De politie heeft op 3 maart 2011 met deze [slachtoffer 1] gesproken. Toen de verbalisant haar meedeelde dat er een onderzoek liep naar iemand die verklaard heeft dat hij contact heeft gehad met haar en haar zei dat het ging om [verdachte], zei [slachtoffer 1] “die uit Hilvarenbeek”. Ze vertelde dat ze met hem contact had gehad via de chatsite en dat ze daarna een paar keer met hem heeft afgesproken. Ze was toen 13 of 14 jaar oud. Dat had ze ook tegen hem verteld. [slachtoffer 1] vertelde dat hij haar had geneukt.
De rechtbank acht, met name op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte zelf, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in 2006, toen [slachtoffer 1] 14 jaar oud was, met zijn penis en een vinger in haar vagina is geweest. Verdachte heeft dat, weliswaar schoorvoetend, ook zo verklaard. Hij heeft immers verklaard dat hij haar gevingerd heeft en dat hij een klein stukje, een centimeter, met zijn penis in haar vagina is geweest. Ook een centimeter is voldoende om te kunnen spreken van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1].
De verklaring van verdachte op zitting dat hij niet met zijn penis in haar vagina is geweest, acht de rechtbank niet geloofwaardig. De rechtbank heeft op zitting de indruk gekregen dat verdachte daadwerkelijk gepleegde seksuele handelingen bij jonge meisjes probeert te verdringen, terwijl aan de andere kant de rechtbank niet aannemelijk acht dat [slachtoffer 1] gelogen heeft wanneer zij zegt dat verdachte haar geneukt heeft.
Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat het proces-verbaal van bevindingen over het verhoor van [slachtoffer 1], naast de verklaring van verdachte, voldoende wettig en overtuigend bewijs oplevert voor het ten laste gelegde.
4.4 De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte