ECLI:NL:RBBRE:2011:BR1712
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Slot
- Rechtspraak.nl
Nietigheid erkenning minderjarige door gehuwde man en gezagsregeling
De rechtbank Breda heeft geoordeeld over de erkenning van een minderjarige door een man die ten tijde van de erkenning gehuwd was met een andere vrouw dan de moeder van het kind. De erkenning werd gedaan voordat het huwelijk van de man geregistreerd was, maar zonder dat er een verklaring voor recht was afgegeven zoals vereist volgens artikel 1:204 lid 1 sub e BW Pro. De rechtbank stelde vast dat de erkenning nietig is omdat er geen band bestond tussen de ouders die met een huwelijk gelijkgesteld kon worden en de minderjarige ten tijde van erkenning nog niet geboren was.
De man wilde alsnog de minderjarige erkennen en vroeg vervangende toestemming, mede omdat hij samen met zijn echtgenote de dagelijkse verzorging en opvoeding van het kind verzorgt. De moeder, die na de geboorte terugkeerde naar de Filippijnen en nu weer in Nederland verblijft, erkent het biologische vaderschap maar verzet zich tegen gezamenlijk gezag vanwege de verstoorde communicatie en het belaste verleden.
De rechtbank oordeelde dat er inmiddels een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen de man en de minderjarige. De rechtbank verleende vervangende toestemming tot erkenning en bepaalde dat na erkenning het gezag gezamenlijk zal worden uitgeoefend. Het hoofdverblijf van de minderjarige zal bij de man zijn, gelet op de langdurige verzorging en gehechtheid. De rechtbank benadrukte het belang van overleg en communicatie tussen partijen en compenseerde de proceskosten tussen hen.
Uitkomst: De erkenning van de minderjarige door de man is nietig verklaard, vervangende toestemming verleend, gezamenlijk gezag vastgesteld en het hoofdverblijf bij de man bepaald.